[...] De zakenman Guus van Kouwenhoven
werd afgelopen maart door
het Gerechtshof in Den Haag in
hoger beroep vrijgesproken van
oorlogsmisdaden. Hij werd vervolgd
op grond van de Wet Internationale
Misdrijven (WIM). Deze wet regelt
de vervolging van verdachten van
misdrijven tegen de menselijkheid.
De WIM (2003) materialiseert in feite
de nobele gedachten van de Verdragen
van Genève en de processen van
Neurenberg. Het wekt een sterk ‘Star
Trek’-gevoel op: de mensheid tracht
zich naar een hoger plan te begeven.
In de praktijk komt hier bar weinig
van terecht met als resultaat de vrijspraak
van Van Kouwenhoven. Het
Gerechtshof laakte de kwaliteit van
de getuigenverklaringen. Een verklaring
hiervoor is dat de uitvoering van
de WIM in belangrijke mate wordt
gefrustreerd door politieke onwil [...].
Klik hier voor het artikel
In een recente uitspraak stelde de Raad van State dat het Kabinet der Koningin geen bestuursorgaan is in de zin van artikel 1:1 lid 1 sub a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) noch op grond van artikel 1 van de Wet openbaarheid van bestuur (WOB) (RvS 6 juni 2007, nr. 200608642/1). De NPS (Nova) had namelijk een WOB-verzoek ingediend om bepaalde documenten in te zien die berusten bij het Kabinet der Koningin. Het verzoek van de NPS was gericht aan de ministerpresident. Deze weigerde het verzoek van de NPS door te sturen naar (de directeur van) het Kabinet. Terecht aldus de Raad van State. Een opmerkelijke uitspraak, zeker als blijkt dat het Kabinet der Koningin op grond van artikel 24 lid 1 jo. 23 lid 1 van de Archiefwet wordt gekwalificeerd als een overheidsorgaan. Doorbreekt de Raad van State met deze uitspraak de systematiek en de onderlinge samenhang van de Archiefwet, de WOB en de Awb?
In Nederland zijn nogal wat ondernemingspensioenfondsen. Veel (ex) werknemers zijn niet of nauwelijks geïnformeerd over de risico’s en reikwijdte van een nieuwe pensioenregeling. Zonder zich te realiseren dragen zij het volledige beleggings- en renterisico voor eventuele tekorten op de dekkingsgraad van pensioenfondsen. Betoogd wordt dat deze (ex) werknemers de (nieuwe) pensioenovereenkomst kunnen vernietigen op grond van dwaling als blijkt dat de werkgever en/of het ondernemingspensioenfonds tekort is geschoten in de informatieplicht. Een nieuwe Dexiazaak in het verschiet?
Reactie van landsadvocaat Houtzagers op mijn artikel ‘De advocaat suft in ‘t stof, geketend met de hals aan het hof. Over de actualiteit van de advocateneed anno 2006′ alsmede mijn reactie weer daarop.
Minister van Justitie Donner stelde in een interview in het recente boek ‘Land van haat en nijd’ dat het invoeren van het shariarecht in een democratische rechtsstaat in beginsel tot de mogelijkheden behoort mits een tweederde meerderheid van de bevolking dit wenst. Dit standpunt leidde vorige week tot heftige reacties in de media en zelfs tot een spoeddebat in de Tweede Kamer. Heftige reacties komen wel vaker voor als het gaat over shariarecht. Dat was niet minder bij de presentatie van het WRR-rapport Dynamiek in islamitisch activisme, aanknopingspunten voor demodernisering en mensenrechten eerder dit jaar. Volgens CDA-fractievoorzitter Verhagen was dit rapport ‘studeerkamerpolitiek’ en de Leidse rechtsgeleerde Afshin Ellian typeerde het rapport als ‘doordrenkt met politieke charlatanerie’. Is dat terecht? Feit is dat de WRR tracht een tegenwicht te bieden tegen de communicatie over ‘de Islam’ die ‘verloopt via heftige beelden en grote woorden’ en leidt tot stemmingmakerij’. Het WRR-rapport is gebaseerd op een aantal wetenschappelijke studies door o.a. J.M. Otto, Sharia en nationaal recht, rechtssystemen in moslimlanden tussen traditie, politiek en rechtsstaat (WRR 2006), M.S. Berger, Klassieke Sharia en vernieuwing (WRR 2006) en J.M. Otto, A.J. Dekker, L.J. van Soest-Zuurdeeg (red.), Sharia en nationaal recht in twaalf moslimlanden (WRR 2006). Zoals de titels van de studies reeds aangeven, ligt het primaat bij dit onderzoek naar de receptie van de sharia in de rechtsstelsels en de verhouding van sharia tot de rechtsstaat. In deze bijdrage wordt niet ingegaan op de inhoud van het WRR-rapport, maar zullen de onderliggende wetenschappelijke studies worden besproken, met name de studie van Otto (Sharia en nationaal recht) omdat deze studie min of meer als een samenvatting kan worden gezien van de studie Sharia en nationaal rech tin twaalf moslimlanden.
Stelling: kan iemand advocaat worden indien deze weigert de eed op de Koning af te leggen? Ja, volgens mij. Neen, volgens landsadvocaat Houtzagers.
Wir alle sind kinder der Aufklärung stelde Günter Grass eens. Dit citaat zou de prelude kunnen vormen van een vurig betoog voor het recht op vrije meningsuiting zoals sommige politici de afgelopen weken hebben gehouden naar aanleiding van de publicatie van cartoons over de profeet Mohammed in de Deense krant Jyllands-Posten. Zo stelde bijvoorbeeld het Europarlementslid Jeanine Jennis-Plasschaert (VVD) dat het absoluut absurd is als de vrijheid van pers en meningsuiting moet buigen voor de opvattingen van radicale moslims met een fundamentalistische uitleg van de Koran. Ook in Nederland leidde de ‘Deense affaire’ tot heftige reacties. Sommige Tweede Kamerleden wierpen zich op als de beschermer van het recht op vrije meningsuiting (Hans van Baalen, ‘Wij zijn allen Denen’), gaven persconferenties voor de verzamelde wereldpers (Ayaan Hirsi Ali) of plaatsten de omstreden cartoons op hun website als adhesiebetuiging (Geert Wilders). Ook diverse media lieten zich niet onbetuigd. Zo schreef de hoofdredacteur van het NRC Handelsblad dat het ‘natuurlijk vervelend is als mensen zich gekwetst voelen, maar dat hoort er in onze liberaal-democratische samenleving af ten toe ook bij. Vrijheid van meningsuiting moet ook in deze vooropstaan’. Grote woorden, maar deze opvattingen getuigen eerder van een overspannen beeld van het recht op vrijheid van meningsuiting dan van een coherent inhoudelijk inzicht in de materie.
Journalisten en onderzoekers die informatie over leden van het Koninklijke Huis willen raadplegen bij overheidsarchieven, worden meestal geconfronteerd met een resoluut ‘neen’ van een trouwe ambtenaar. De juridische basis is naast bescherming van de persoonlijke levenssfeer het argument Eenheid van de Kroon. Deze absolute uitzonderingsgrond is o.a. opgenomen in de Wet Openbaarheid Bestuur alsmede in de Wet op de Inlichtingen en Veiligheidsdiensten. De juridische basis voor dit argument ten opzichte van informatie over het geabdiceerde staatshoofd (zoals koningin Juliana) is flinterdun zo niet non-existent. Dit artikel geeft een analyse van deze stelling. Bij WOB-verzoeken is het aanbevelingswaardig de tips uit dit artikel te volgen.
De procedures van mr dr Lambert Giebels tegen het Koninklijk Huisarchief teneinde inzage te krijgen in het rapport Beel, zijn kansloos. Althans bestuursrechtelijk gezien. Privaatrechtelijk bestaan er mogelijkheden.




