“De ophef over het vervolgen van PVV-fractievoorzitter Geert Wilders is onbegrijpelijk. De VVD stelt dat de vrijheid van meningsuiting in het geding is. Niets is minder waar. De vrijheid van meningsuiting doet zelfs helemaal niet ter zake. Het voorstel van VVD-fractievoorzitter Rutte om de toetsingscriteria van de rechter te beperken om zo het recht van vrije meningsuiting te waarborgen, zal mogelijk zelfs een averechts effect hebben en leiden tot een beperking. Stel: iemand pleegt valsheid in geschrifte. Als zijn advocaat zich beroept op de vrijheid van meningsuiting van zijn cliënt, zal dit betoog als niet ter zake dienend worden gekwalificeerd. Immers, het gaat om de strafbaarheid van de handeling. Dit geldt ook voor de uitlatingen van Wilders. Op grond van artikel 7 lid 1 van de Grondwet kan iedereen alles zeggen wat hem goeddunkt; van een vergelijking van de Koran met Mein Kampf tot de uitspraak van Harry van Bommel ‘Intifadah, Intifadah, Palestina vrij’. Dit artikel regelt namelijk het verbod op censuur, een belangrijker artikel dan de vrijheid van meningsuiting.
Een toets vooraf kan dus niet. Ons wettelijke systeem hanteert echter wel een toets achteraf waarbij de rechter de strafbaarheid bepaalt. De vrijheid van meningsuiting blijft in dit systeem onverkort gehandhaafd”.





