Minister van Justitie Donner stelde in een interview in het recente boek ‘Land van haat en nijd’ dat het invoeren van het shariarecht in een democratische rechtsstaat in beginsel tot de mogelijkheden behoort mits een tweederde meerderheid van de bevolking dit wenst. Dit standpunt leidde vorige week tot heftige reacties in de media en zelfs tot een spoeddebat in de Tweede Kamer. Heftige reacties komen wel vaker voor als het gaat over shariarecht. Dat was niet minder bij de presentatie van het WRR-rapport Dynamiek in islamitisch activisme, aanknopingspunten voor demodernisering en mensenrechten eerder dit jaar. Volgens CDA-fractievoorzitter Verhagen was dit rapport ‘studeerkamerpolitiek’ en de Leidse rechtsgeleerde Afshin Ellian typeerde het rapport als ‘doordrenkt met politieke charlatanerie’. Is dat terecht? Feit is dat de WRR tracht een tegenwicht te bieden tegen de communicatie over ‘de Islam’ die ‘verloopt via heftige beelden en grote woorden’ en leidt tot stemmingmakerij’. Het WRR-rapport is gebaseerd op een aantal wetenschappelijke studies door o.a. J.M. Otto, Sharia en nationaal recht, rechtssystemen in moslimlanden tussen traditie, politiek en rechtsstaat (WRR 2006), M.S. Berger, Klassieke Sharia en vernieuwing (WRR 2006) en J.M. Otto, A.J. Dekker, L.J. van Soest-Zuurdeeg (red.), Sharia en nationaal recht in twaalf moslimlanden (WRR 2006). Zoals de titels van de studies reeds aangeven, ligt het primaat bij dit onderzoek naar de receptie van de sharia in de rechtsstelsels en de verhouding van sharia tot de rechtsstaat. In deze bijdrage wordt niet ingegaan op de inhoud van het WRR-rapport, maar zullen de onderliggende wetenschappelijke studies worden besproken, met name de studie van Otto (Sharia en nationaal recht) omdat deze studie min of meer als een samenvatting kan worden gezien van de studie Sharia en nationaal rech tin twaalf moslimlanden.
Stelling: kan iemand advocaat worden indien deze weigert de eed op de Koning af te leggen? Ja, volgens mij. Neen, volgens landsadvocaat Houtzagers.

